ProductenTrainingsaanbodCursussenOver onsThemaE-bookLinksGratis

De Potloodventer

De werkzaamheden op de kinderboerderij waren wel zwaar, maar het was leuk om met de beesten en in de vrije natuur te kunnen werken.
Het was in de vakantie en het geld wat ik met het werk verdiende kon ik goed gebruiken om met mijn vriendin naar Ameland te gaan.
Deze ochtend had ik de dennennaalden en bladeren onder de dichte bosjes van het eilandje moeten opvegen.
Samen met een ander meisje was ik druk bezig met onze werkzaamheden toen een eindje verderop een man onze aandacht trok.
Deze man had zijn broek half laten zakken en kwam, al friemelend aan zijn geslachtsdelen, onze kant opgelopen.
Nu had ik al eens een exhibitionist gezien en ik was er ook niet bang meer voor, maar het meisje wat met mij samen werkte was een stuk jonger en was wel bang.
Ik vroeg haar naar het hoofdgebouw te gaan om het personeel daar te vragen ons te helpen.
Toen ze goed en wel op weg was zag ik een klein meisje op een driewielertje naar de man toe rijden.
Achteraf bleek dit meisje van huis te zijn weggereden met haar fietsje en de moeder had het kind nog niet gemist.
De man sprak het meisje aan en dit was het moment waarop ik dacht: 'Dit mag niet gebeuren, hij mag dat kleine meisje niets aandoen'.
Impulsief en zonder over eventuele gevolgen na te denken rende ik in de richting van de man en het meisje.
De man holde het bos in en vlak achter mij kwamen nu ook twee mannen van het hoofdgebouw aangesneld.
Onderweg schoot ook een voorbijganger op de fiets nog te hulp.
Na haastig overleg wisten we de exhibitionist in een stuk bos op te sluiten.
Op elke hoek van het bos perceel stond iemand en de potloodventer zat in het stuk bos.
Hij liet zich nog niet zien en door mijn hoofd spookten allerlei verwarde gedachten rond over wat ik zou moeten doen als hij aan mijn kant uit het bos zou proberen te vluchten.
Toen de man inderdaad vlak bij mij, vanachter een boom vandaan, te voorschijn kwam wist ik nog niet wat ik moest doen, dus draaide ik me om alsof ik hem nog niet gezien had.
De exhibitionist, kennelijk ook geschrokken, schoot weer een stukje terug het bos in.
Ik realiseerde me dat de man weg zou rennen als ik zou blijven doen alsof ik hem niet zag.
Ook wist ik dat ik hulp zou krijgen van de andere mannen als ze zouden horen waar de man was. Daarom rende ik al schreeuwend en vloekend op de man af.
Jij smerige viezerik, klootzak en met nog veel meer gore taal rende ik achter de man aan met als doel hem te pakken te krijgen.
Eindelijk na vele achtervolgingen, waarbij zelfs nog een auto ingezet werd wisten we de potloodventer op te pakken.
Uitgeput had de man zich overgegeven.
De inmiddels gearriveerde politie nam de man mee naar het politiebureau.
Daar bekende de man vaker te exhibitioneren, hij was daarvoor ook onder behandeling van een psychiater.
Het ging de laatste tijd steeds beter met hem maar zo nu en dan kon hij zijn behoefte om te exhibitioneren niet langer onderdrukken.
Hij nam dan de trein om, in een stad ver bij zijn eigen woonplaats vandaan, het nog een keer te doen.
Pas nadat de man door de politie was meegenomen besefte ik dat het ook heel anders had kunnen aflopen.
Toch was ik blij dat de man opgepakt was en dat hij door deze vervelende ervaring misschien toch minder snel weer zou gaan exhibitioneren.